Terug
categories.analysis31 maart 2026

Wanneer de overheid gaat voelen: Rousseau, Weber en het falen van de jeugdzorg

De jeugdzorg faalt niet omdat er te weinig empathie is. Het faalt omdat de overheid haar eigen functie niet vervult. Rousseau redt Lex niet zonder Weber.

Wanneer de overheid gaat voelen: Rousseau, Weber en het falen van de jeugdzorg

31 maart 2026 · House of Viridian · Statecraft


Op 26 maart documenteerde Zembla in Kinderen die niemand wil hoe minstens 400 jongeren de afgelopen drie jaar terechtkwamen in alleenplaatsingen op vakantieparken, campings en gehuurde chalets. Bewaakt door zzp-begeleiders, zonder professionele hulp, soms langer dan een jaar, tegen kosten die oplopen tot €1,75 miljoen per kind. De wethouder van Smallingerland vatte de positie van de gemeente samen: "We staan als financier aan de zijlijn." De Inspectie zei niet te weten dat het op deze schaal gebeurde. Minister Sterk kondigde gesprekken aan.

De reflex na dit soort uitzendingen is voorspelbaar: meer geld, meer plekken, meer specialisme, en bovenal meer empathie. Die reflex is begrijpelijk. Ze is ook onderdeel van het probleem.

Twee rollen, twee logica's

De jeugdzorgprofessional en de overheid hebben elk een eigen functie, met een eigen rationaliteit die niet inwisselbaar is.

De professional mag Rousseauiaans zijn. Dat is zijn vak. Het kind is niet zijn gedrag. Trauma verklaart wat er misgaat. Als de omgeving verandert, verandert het gedrag mee. De orthopedagoog in de uitzending die Lex' geweld verklaart als fight/flight/freeze, puur reptielenbrein, doet precies wat van hem verwacht mag worden: voorbij het zichtbare gedrag kijken naar wat eronder zit. De voogd die al jaren voor Lex opkomt, die bij zijn moeder aan het bed zit, die zegt "dat ben jij niet," vervult zijn rol. Het is goed dat er mensen zijn die zo naar kinderen kijken. Zonder hen zou het systeem niet alleen disfunctioneel zijn, maar ook onmenselijk.

De overheid heeft een andere opdracht. Die opdracht is niet voelen maar functioneren: regels stellen, financieren, toetsen, ingrijpen, verantwoording organiseren. Niet uit koude maar uit rol. Weber noemde het Zweckrationalität: doelgericht rationeel handelen. De legitimiteit van de overheid berust niet op empathie maar op betrouwbaarheid, rechtmatigheid en het vermogen om consequenties te overzien en te dragen. Wanneer een overheid €1,75 miljoen per kind uitgeeft, is de bestuurlijke vraag niet "voelen we mee met dit kind?" maar "wat wordt er voor dat geld geleverd, is dat rechtmatig, en is er een alternatief dat beter werkt?"

Die twee rollen zijn niet tegengesteld. Ze zijn complementair. De professional die gelooft in het kind heeft een overheid nodig die de randvoorwaarden organiseert: plekken, budgetten, kwaliteitseisen, toezicht. De overheid die stuurt op doelmatigheid heeft professionals nodig die het kind zien als mens en niet als kostenpost. Rousseau en Weber hebben elkaar nodig. Het probleem ontstaat wanneer een van beiden de rol van de ander overneemt.

De overheid die Rousseau werd

Wat de Zembla-uitzending documenteert is een overheid die haar eigen rol heeft verlaten.

De politieke beslissing om de gesloten jeugdzorg af te bouwen naar nul plekken in 2030 is genomen vanuit morele overtuiging. Jason Bugwandas' documentaire toonde misstanden. De staatssecretaris zei: "Dit had nooit mogen gebeuren." Het kabinet besloot: afbouwen. Die beslissing is begrijpelijk als moreel oordeel. Maar het is een Gesinnungsethik-beslissing: gebaseerd op de innerlijke overtuiging dat opsluiting verwerpelijk is, niet op een analyse van de voorzienbare consequenties.

De Weberiaanse tegenvraag, die van Verantwortungsethik, werd niet gesteld: als we de gesloten jeugdzorg afbouwen, waar gaan deze kinderen dan heen? Wie financiert de alternatieven? Wie houdt toezicht? En wie is verantwoordelijk als het misgaat?

Het antwoord bleek: niemand. Peter Dijkhoorn zegt het in de uitzending: "We hebben nooit bedacht dat er iets voor in de plaats moest komen. Dat werd overgelaten aan de markt. Maar dat is niet gebeurd." De overheid nam een morele positie in, delegeerde de uitvoering, en verliet het toneel.

Dat patroon herhaalt zich op elk niveau. De wethouder die zegt "als financier aan de zijlijn te staan" beschrijft niet een wettelijke beperking maar een rolverwarring. Een financier die €3 miljoen per twee jaar uitgeeft en zegt niets te kunnen bepalen, is geen financier meer. De IGJ die niet weet dat 400+ kinderen op vakantieparken verblijven, houdt geen toezicht. De wetgever die de Wams laat vastlopen na twee kabinetscrises, reguleert niet.

Op elk van deze niveaus is de bestuurlijke functie, regels stellen, toetsen, ingrijpen, vervangen door een houding die veel weg heeft van het Rousseauiaanse frame van de professional: we vertrouwen erop dat het goed komt. We laten het aan de markt. We staan aan de zijlijn. Dat is geen beleid. Dat is de afwezigheid van beleid, uitgedrukt in de taal van vertrouwen.

De consequenties van rolverwarring

Wanneer de overheid ophoudt haar Weberiaanse functie te vervullen, ontstaan vier voorspelbare gevolgen die Zembla stuk voor stuk documenteert.

De informatiesymmetrie verdwijnt. Aanbieders weten meer over hun eigen capaciteit en kosten dan gemeenten. Gemeenten weten niet wat andere gemeenten betalen voor vergelijkbare trajecten. Niemand heeft het totaalbeeld over het kind. Zonder informatie kan de overheid niet sturen, niet toetsen, en niet ingrijpen.

De financiële discipline verdwijnt. Zorgondernemingen die €20.000 per week per kind declareren, opereren in een markt zonder prijsvergelijking, zonder kwaliteitstoetsing, en zonder concurrentie. Dat is geen marktfalen in de klassieke zin, het is het gevolg van een overheid die haar financiële sturingsinstrumenten niet gebruikt.

De verantwoordingsketen breekt. De rechter stelt vast dat een plaatsing in strijd is met de wet en met internationale verdragen. De IGJ constateert dat permanente begeleiding zonder rechterlijke toetsing niet mag. Maar niemand grijpt in, want niemand weet dat het gebeurt, en niemand voelt zich verantwoordelijk voor het geheel.

De professional wordt onbeschermd. In het juridische vacuüm, de Wams zit vast, de VIR wordt afgeschaft, is de professional die informatie wil delen in een noodsituatie nergens beschermd. Het conflict van plichten biedt juridische ruimte, de vitale belangen-grondslag van de AVG ook, maar er is geen instrumentarium om die afweging navolgbaar vast te leggen. Dus deelt hij niet, en escaleert de situatie.

De professional heeft geen bestuurlijke opdracht, en moet die ook niet krijgen

De verleiding na een uitzending als deze is om de professional meer verantwoordelijkheid te geven. Meer mandaat, meer doorzettingsmacht, meer "regelen in het belang van het kind." Maar dat is opnieuw dezelfde fout: een bestuurlijke opdracht bij de professional neerleggen die daar niet thuishoort.

De voogd van Lex is geen bestuurder. Hij moet niet 30 organisaties bellen om een plek te vinden. Dat is een systeemtaak. Hij moet niet de afweging maken of het delen van informatie hem juridisch beschermt. Dat is een bestuurlijke verantwoordelijkheid. Hij moet niet de kosten van een traject beoordelen. Dat is financieel toezicht. Elke minuut die hij besteedt aan systeembeheer, is een minuut die hij niet besteedt aan Lex. En Lex is waarvoor hij is opgeleid.

Het herstellen van de bestuurlijke functie is daarom niet een koud alternatief voor goede zorg. Het is de voorwaarde ervoor. Wanneer de overheid haar informatiepositie herstelt, haar financiële sturing, haar toezicht, krijgt de professional zijn rol terug. Rousseau kan weer Rousseau zijn, omdat Weber Weber is.

Wat dat concreet vraagt

De overheid heeft drie instrumenten: regelgeving, financiering, en informatie. In de jeugdzorg functioneren alle drie onvoldoende.

De regelgeving: de Wams, het wetsvoorstel dat domeinoverstijgende gegevensdeling moet legitimeren, is na twee kabinetscrises niet geland. De correctie die economen voorschrijven bij marktfalen, regulering, laat op zich wachten.

De financiering: gemeenten betalen wat er gedeclareerd wordt zonder greep op het aanbod. De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht vanaf 2027 regionale samenwerking via 42 jeugdzorgregio's, maar het instrumentarium om die samenwerking waar te maken ontbreekt.

De informatie: de Verwijsindex Risicojongeren wordt afgeschaft zonder opvolger. Alleenplaatsingen worden niet geregistreerd. De toezichthouder is blind. De professional heeft geen gedeeld beeld van wie betrokken is bij welk kind.

Van die drie is informatie het instrument dat niet op wetgeving hoeft te wachten. Registreren welke organisaties betrokken zijn bij een kind, op welke wettelijke grondslag informatie wordt gedeeld, welke interventies zijn ingezet en met welk resultaat, dat vereist geen nieuwe wet. Het vereist infrastructuur. Die infrastructuur is wat wij met iRecord bouwen: grondslagregistratie, cross-organisationeel netwerkzicht, en een audit trail die zowel de professional beschermt als de overheid in staat stelt haar rol uit te oefenen.

Maar het punt van dit stuk is breder dan één platform. Het punt is dat de jeugdzorg niet faalt omdat er te weinig empathie is. Het faalt omdat de overheid haar eigen functie niet vervult. Zolang de overheid de taal van de zorg spreekt in plaats van de taal van het bestuur, zal geen enkele professional, hoe betrokken ook, de kinderen helpen die Zembla in beeld bracht.

Rousseau redt Lex niet zonder Weber. En Weber zonder Rousseau zou dat niet moeten willen.


House of Viridian ontwikkelt bestuurlijke en digitale infrastructuur voor het Nederlandse sociaal domein. iRecord is ons coördinatieplatform voor grondslagregistratie en cross-organisationeel netwerkzicht. Statecraft is de plek waar we schrijven over de institutionele vraagstukken die daarachter zitten.