Vier keer marktfalen in één uitzending: waarom de jeugdzorg niet zelfcorrigerend is
De Zembla-uitzending documenteert alle vier de klassieke kenmerken van marktfalen in de jeugdzorg. Ze versterken elkaar omdat het informatiesysteem dat ze zichtbaar zou moeten maken, niet bestaat.
Vier keer marktfalen in één uitzending: waarom de jeugdzorg niet zelfcorrigerend is
31 maart 2026 · House of Viridian · iRecord
De Zembla-uitzending Kinderen die niemand wil (26 maart 2026) documenteert een jeugdzorgstelsel dat op alle niveaus vastloopt. De reflexmatige reactie is: meer geld, meer plekken, meer specialisme. Maar de uitzending laat iets fundamentelers zien. Wat zich afspeelt rond de 400+ jongeren in alleenplaatsingen vertoont alle vier de klassieke kenmerken van marktfalen. En ze versterken elkaar, precies omdat het informatiesysteem dat ze zichtbaar zou moeten maken, niet bestaat.
Informatieasymmetrie
Dit is de meest directe en de meest destructieve. Geen enkele partij in de keten heeft het totaalbeeld.
De voogdijinstelling van Lex belt 30 organisaties voor een plek. Elke organisatie beoordeelt het verzoek op basis van haar eigen informatie, zonder te weten hoeveel anderen al nee hebben gezegd, wat er eerder is geprobeerd, en waarom het niet werkte. De gemeente Smallingerland betaalt €20.000 per week aan een zorgondernemer, zonder te kunnen benchmarken wat andere gemeenten betalen voor vergelijkbare trajecten. De IGJ zegt letterlijk niet te weten dat alleenplaatsingen op deze schaal voorkomen, omdat ze niet worden geregistreerd. De wethouder beschrijft de positie van zijn gemeente als "financier aan de zijlijn" die moet betalen wat rechters beschikken en gecertificeerde instellingen bepalen, zonder overzicht over het geheel.
Zembla moest 342 gemeenten aanschrijven en maanden onderzoek doen om basale cijfers boven tafel te krijgen. Driekwart reageerde. Veel gemeenten konden de gevraagde aantallen niet leveren. Het feit dat een televisieprogramma het informatiegat moet vullen dat toezichthouders, financiers en beleidsmakers zelf zouden moeten hebben, is op zichzelf al een systeemdiagnose.
Externaliteiten
Een zorgaanbieder die een complex kind weigert, draagt de kosten van die beslissing niet. De kosten vallen bij de gemeente, bij de volgende aanbieder in de keten, bij de jongere die opnieuw wordt doorgeplaatst, en bij de maatschappij wanneer die jongere uiteindelijk in de jeugdgevangenis belandt. De doorplaatsingscarrousel die de uitzending documenteert is één onafgebroken keten van negatieve externaliteiten die nergens worden geïnternaliseerd.
Peter Dijkhoorn verwoordt het in de uitzending precies: elke volgende aanbieder in de keten beoordeelt het kind opnieuw, stelt een nieuwe diagnose, start een nieuwe behandeling. Wanneer die mislukt, wordt het kind doorgeschoven. Wat niemand doet, is achterom kijken en onderzoeken wat eerdere aanbieders anders hadden moeten doen. De schade van elke mislukte plaatsing accumuleert bij het kind, niet bij de instelling die de verkeerde inschatting maakte.
Publieke goederen
Coördinatie-informatie is een publiek goed in de economische zin: niet-rivaliserend en niet-uitsluitbaar. Het gegeven dat organisatie A en organisatie B allebei betrokken zijn bij hetzelfde kind is voor beide waardevol, en het gebruik door de één vermindert het nut voor de ander niet. Maar geen van beide heeft een individuele prikkel om die informatie te produceren en te delen. Dus bestaat het gedeelde overzicht nergens.
De VIR was een poging om dit publieke goed publiek te financieren. Een gebrekkige poging: het systeem registreerde alleen een "match" wanneer twee professionals dezelfde jongere signaleerden, zonder inhoudelijke informatie. Maar het was tenminste iets. Het wordt afgeschaft. VWS heeft bevestigd dat er geen vervangend systeem komt.
Marktmacht
Zodra gespecialiseerde aanbieders schaars worden, dicteren zij de prijs. De Zembla-uitzending toont hoe dit mechanisme werkt: Rosales Zorg ving vorig jaar 90 kinderen op in vakantiehuisjes, het dubbele van een jaar eerder. Gemeenten zeggen in de uitzending dat ze vaak geen andere keuze hebben dan met dergelijke aanbieders in zee te gaan. Een etmaaltarief van €2.200 is niet het resultaat van een functionerende markt. Het is het resultaat van een vraagzijde die geen alternatief heeft en een aanbodzijde die dat weet.
De wethouder van Smallingerland legt de vinger op de paradox: "Wie betaalt bepaalt, maar dat geldt hier niet." De gemeente betaalt, maar bepaalt niets. Ze voert uit wat rechters beschikken en gecertificeerde instellingen plannen, zonder instrumenten om de prijs, de kwaliteit of de doelmatigheid van de geleverde zorg te toetsen.
De gemeenschappelijke noemer
De vier vormen van marktfalen opereren niet onafhankelijk van elkaar. Externaliteiten worden niet gecorrigeerd omdat ze onzichtbaar zijn, bij gebrek aan informatie. Het publieke goed wordt niet geproduceerd omdat niemand er institutioneel verantwoordelijk voor is. Marktmacht blijft ongecontroleerd omdat gemeenten niet kunnen vergelijken. Informatieasymmetrie is de structurele voorwaarde waaronder de andere drie ongehinderd kunnen opereren.
Dat maakt het informatieprobleem niet de enige oorzaak van wat Zembla documenteert. De politieke keuze om gesloten jeugdzorg af te bouwen zonder alternatieven te financieren is een beleidskeuze, geen informatiegat. Het tekort aan specialistische plekken is een capaciteitsprobleem. Maar die keuzes konden worden gemaakt zonder politieke consequenties, en ze kunnen voortbestaan zonder correctie, precies omdat het totaalplaatje onzichtbaar is. Als de minister, de IGJ en de Tweede Kamer in real-time hadden gezien wat er met 400+ kinderen gebeurde, was "we laten het aan de markt" politiek niet houdbaar geweest.
De correctie die uitblijft
De standaardreactie op marktfalen is regulering. De Wams is precies dat: wetgeving die de overheid in staat moet stellen het informatievacuüm te dichten en domeinoverstijgende gegevensdeling te legitimeren. Het wetsvoorstel is na twee kabinetscrises politiek vastgelopen. Ondertussen durven professionals informatie niet te delen uit angst voor privacyschendingen, terwijl ze kinderen plaatsen in situaties die de rechter in strijd acht met de wet én met internationale verdragen. In een eerdere analyse beschreven we waarom wachten op de Wams geen optie is, en welke juridische ruimte het bestaande kader al biedt.
Wat dit vereist
Een functionerend informatiesysteem lost niet elk probleem op dat de uitzending blootlegt. Het lost het capaciteitstekort niet op, het politieke debat over gesloten jeugdzorg niet, en de onderfinanciering niet. Maar het maakt elk van die problemen zichtbaar, toetsbaar, en daarmee politiek adresseerbaar. En het geeft professionals het instrumentarium om in noodsituaties te handelen op basis van een navolgbare belangenafweging, in plaats van informatie niet te delen uit angst voor de consequenties.
De 42 jeugdzorgregio's die in 2027 wettelijk verplicht regionaal moeten samenwerken, staan voor die opgave. Regionaal samenwerken zonder regionaal informatiesysteem is een contradictie. De vraag is niet of dat systeem er moet komen, maar wie het bouwt, wie het beheert, en of het in staat is om niet alleen te registreren wanneer professionals de regels volgen, maar ook wanneer ze verantwoord van die regels afwijken.
iRecord is het coördinatieplatform van House of Viridian voor het Nederlandse sociaal domein: digitale grondslagregistratie, cross-organisationeel netwerkzicht en MDO-ondersteuning met volledige audit trail.
Meer weten? info@houseofviridian.org