Ghana en Thailand in 1962: hoe twee landen zich anders ontwikkelden
Gelijke startposities, radicaal verschillende uiteinden. De vraag is niet welke landen het beter deden. De vraag is waarom.
Ghana en Thailand in 1962: hoe twee landen zich anders ontwikkelden
Begin jaren zestig waren ze gelijk. Hoe kwamen ze daar waar we ze nu zien?
In 1962 hadden Ghana en Thailand veel gemeen. Beide waren net onafhankelijk of net geopend. Beide hadden natuurlijke hulpbronnen. Beide hadden schone slates. Beide hadden de keuze: welke kant op?
Vandaag is Ghana ingewikkelder. Thailand ook, maar op andere manieren. Ghana worstelt met corruptie, brain drain, economische afhankelijkheid. Thailand met politieke instabiliteit en een eerder-gesloten economie. Beiden zijn ontwikkelingslanden, maar met verschillende diagnoses.
De vraag die economen al decennia bezighoudt is: hoe kon dat? Ze begonnen hetzelfde. Ze hadden geen fundamenteel verschillend gegeven. Waarom splitsten hun wegen zich?
De antwoorden die je krijgt zijn snel omgeven door cultuurclichés. Ghana zou minder ondernemend zijn. Thailand zou beter bestuur hebben. Waarschijnlijk is er iets van waar in beide. Maar de waarheid is ruwer: het ging erom wie macht had toen het moment zich voordeed.
In Ghana kwamen machthebbers aan die primair gericht waren op zelfverrijking. Niet uniek, niet echt erger dan in Thailand. Maar in Ghana gebeurde het toen er beperkte toezichthouders waren. De koloniale structuren werden niet afgebroken, maar ingepikt. Macht gewent zich op dezelfde vaste wegen.
Thailand maakte andere keuzes. Niet uit altruïsme, maar uit zelfbelang op lange termijn. Investeringen in onderwijs niet als ideaal, maar omdat je zonder een geletterde bevolking geen economie opbouwt. Infrastructuurplanning niet omdat het mooi was, maar omdat je zonder het geen handel hebt.
Dit is geen verhaal van goede en slechte landen. Dit is een verhaal van prikkels, en wie ze onderkenden. Ghana had leiders die op korte termijn plunderden. Thailand had leiders die erkenden dat je het systeem niet kunt plunderen zonder het kapot te maken, dus je moet het bouwen.
Waarom zeg ik dit in een blog over emotionele intelligentie? Omdat dit patroon zich overal herhaalt. In bedrijven, in gezinnen, in organisaties. Degenen die korte-termijn winst nemen zonder de relatie in stand te houden, degraderen hun systeem. Degenen die zeggen: ik moet de relatie intact houden opdat ik volgende week nog kan onderhandelen, die groeien.
Ghana kreeg corruptie niet omdat Ghanaërs corrumpibeler zijn. Thailand kreeg niet automatisch beter bestuur omdat Thais deugdzamer zijn. Ghana kreeg het scenario waar macht geen toezichthouders had. Thailand kreeg het scenario waar macht besefte dat onbeperkte macht onhoudbaar is.
Dit klinkt deprimerend tot je beseft: systemen kunnen veranderen. Ghana van nu is niet veroordeeld tot Ghana van 1962. Het vraagt alleen herstructurering van incentives. In landen, in bedrijven, in jezelf.
Bronnen: Daron Acemoglu & James A. Robinson, Why Nations Fail: The Origins of Power, Prosperity, and Poverty (Crown Publishers, 2012); Deepak Lal, The Poverty of Development Economics (Institute of Economic Affairs, 1983).
Bron: Daron Acemoglu & James A. Robinson, Why Nations Fail; Deepak Lal, The Poverty of Development Economics