De meerderheid heeft altijd ongelijk
Over groepsdenken, conformisme en de moed om anders te denken.
Paul Rulkens zei het in een TEDx-talk in Maastricht: de meerderheid heeft altijd ongelijk. Niet als wiskundige stelling, maar als observatie over innovatie.
Elke doorbraak begon als minderheidsstandpunt. De aarde draait om de zon — ketterij. Handen wassen voor een operatie — belachelijk. Vrouwen mogen stemmen — gevaarlijk. Het internet wordt iets — naïef.
David Ogilvy zei het eleganter: "Search all the parks in all your cities; you'll find no statues of committees." Er staat nergens een standbeeld van een compromis.
Dit is geen pleidooi voor contrair zijn om het contrair zijn. De meeste afwijkende meningen zijn gewoon fout. Het punt is iets anders: de angst om af te wijken is een groter probleem dan de afwijking zelf.
In organisaties heet dit groupthink. In de politiek heet het polarisatie — want polarisatie is niet het hebben van verschillende meningen, maar het niet meer mogen hebben van verschillende meningen. De consensus wordt afgedwongen, niet bereikt.
Ik herken het in mijn eigen werk als adviseur. De momenten dat ik het meest nuttig was, waren de momenten dat ik iets zei dat de opdrachtgever niet wilde horen. De momenten dat ik het minst nuttig was, waren de momenten dat ik meebewoog.
De meerderheid heeft niet altijd ongelijk. Maar als je merkt dat je het ergens mee eens bent puur omdat iedereen het ermee eens is — dan is het tijd om te stoppen en na te denken.