Wanneer iedereen kan filmen, wat maakt film nog kunst?
De paradox van voorbij technische beperking: nu kan bijna iedereen een film maken in twee dagen.
Wanneer iedereen kan filmen, wat maakt film nog kunst?
De verdwijning van beperking.
In 1976 kostte een speelfilm maken zeven jaar en tien miljoen dollar, minstens. Je had financiering nodig. Je had een studio nodig. Je had honderd mensen. De beperking zat in de economie. Wie kon betalen? Wie kreeg een camera? Wie kreeg funding?
Nu, in 2024, kun je een speelfilm genereren met kunstmatige intelligentie in twee dagen. Je tikt een instructie in, je wacht, je hebt videomateriaal. Niet perfect. Maar herkenbaar als film. Niet om te streamen op Netflix, misschien, maar als document, als bewijs, als moment. Het kan.
Dit stelt een vraag die filmgeschiedenis niet heeft moeten stellen. Als iedereen kan filmen, wat is dan film? Niet als medium (film is nog steeds film), maar als praktijk, als houding. Wat onderscheidt jouw film van mijn film?
Tachtig jaar geleden zou het antwoord zijn: geld, smaak, kapitaal, connecties. Je moest iets kunnen om film te mogen maken. Nu hoef je alleen taal te kunnen. Je moet kunnen schrijven wat je wilt zien, en het algoritme creëert het.
Dit klinkt democratiserend. En tot op zekere hoogte is het dat. Veel mensen die nooit filmkunst konden maken, kunnen nu iets maken dat op film lijkt. Maar het zegt ook iets. Als de beperking weg is, wat blijft dan? Alleen smaak. Alleen keuze. En dat is veel moeilijker dan techniek.
In de vorige eeuw waren technische vaardigheid en artistieke visie ongescheiden. Je kon geen film maken zonder beiden. Je moest kunnen knippen, kunnen verlichten, kunnen concentreren in het moment omdat je maar één moment kon nemen. Die technische beperking dwong verfijning.
Nu is techniek geen beperking meer. Iedereen kan alles genereren. Dus wat resteert, is puur keuze. Wat wil jij zien? En dat is veel moeilijker. Omdat je jezelf niet kunt verbergen achter technische complexiteit. Je kunt niet zeggen: dit is moeilijk dus het is goed. Nu is alles eenvoudig, dus alleen smaak telt.
Dit gebeurde eerder in literatuur. Met printen werd schrijven democratisering. Iedereen kon publiceren. Maar bijna niets van wat werd gepubliceerd bleek kunstwerk te zijn. Het meeste was gewoon uitgesproken gedachten zonder vorm. De kunst lag niet in publicatie. Die lag in selectie.
Films zullen waarschijnlijk dezelfde weg gaan. We zullen overstroomd worden met kunstmatige-intelligentie-gegenereerde films. Veel zal slecht zijn. Veel zal inhoudsloos zijn. En dan zullen we moeten ontdekken: wat maakt film tot kunst? Was het altijd techniek die onderscheid creëerde tussen kunstwerk en kitsch? Of was het iets anders?
Mijn vermoeden is dat het iets anders was. Dat grote films nooit groot waren omdat ze moeilijk waren. Ze waren groot omdat ze een standpunt droegen. Ze zeiden: ik kijk zo naar de wereld. En die visie kun je niet genereren. Die moet jij nemen.
Bronnen: David Bordwell, Film Studies (2006); AI video generation studies (2024)
Bron: David Bordwell, Film Studies (2006); AI video generation studies (2024)