Terug
Vreugde31 augustus 2026

De kroeg als oefenruimte

We zitten elkaar te dicht op de huid en vallen tegelijk uit elkaar. Er is een plek waar je het tegengif leert.

De kroeg als oefenruimte

We zitten elkaar te dicht op de huid en vallen tegelijk uit elkaar. Er is een plek waar je het tegengif leert.

Schopenhauer vertelt in 1851 over stekelvarkens op een winterdag. Ze kruipen tegen elkaar aan voor de warmte, prikken elkaar, deinzen terug, krijgen het koud, kruipen weer bijeen. Tot ze de afstand vinden waarop het nog net te harden is. Niet te dichtbij, niet te ver.

De filosoof Hans Schnitzler gebruikt die parabel om een diagnose te stellen die ik herken. We zijn elkaar online zo dicht genaderd dat we bij het minste of geringste naar elkaar happen, als kippen in een overvolle stal. En tegelijk leven we in wat Noreena Hertz het contactloze tijdperk noemt: geatomiseerd, zonder gezamenlijk referentiepunt, zonder gevoel voor de plek waar we wonen. Oververhit en onderkoeld, op hetzelfde moment.

Zijn remedie is geen beleidsnota. Het is de buurtkroeg.

Dat klinkt als een grap tot je kijkt wat daar gebeurt. Je komt binnen, je hoeft niemand te kennen, je kunt achter een krant zitten of in een gesprek belanden. Je bent alleen te midden van anderen. Het Latijn heeft daar een woord voor dat wij hebben versleten: inter-esse, ertussenin zijn. De socioloog Gerrit Jansen schreef er in 1976 vierhonderd pagina's proefschrift over en concludeerde dat de leefbaarheid van een samenleving is af te lezen aan de kwaliteit van haar kroegen.

Ray Oldenburg noemde zulke plekken derde plekken: niet thuis, niet werk, wel onmisbaar. De bibliotheek, de kapper, het plein, de tasca op de hoek. In Alfama, waar ik woon, staat er een op elke straathoek: een toonbank, vier krukken, een bica voor negentig cent. Niemand vraagt waarom je er bent. Je mag er zijn.

Dat is de vaardigheid die de kroeg oefent. Niet praten. Blijven. De juiste afstand aanhouden zonder onverschillig te worden, en de juiste nabijheid zonder iemand te verstikken. Precies wat de stekelvarkens leerden, en precies wat het digitale dorpsplein ons afleert.

Ik schreef eerder over de Italiaanse piazza als ontwerp dat door gebruik is ontstaan. De kroeg is de overdekte versie. Ga er alleen heen. Bestel iets kleins. Laat de telefoon in je zak en kijk hoe lang je het volhoudt zonder.


Bronnen: Hans Schnitzler, "De kunst van het samenleven leer je in de kroeg", NRC Opinie, 10 januari 2026; Arthur Schopenhauer, Parerga und Paralipomena (1851); Noreena Hertz, De eenzame eeuw (2020); Ray Oldenburg, The Great Good Place (Paragon House, 1989).

Bron: Gebaseerd op: Hans Schnitzler — 'De kunst van het samenleven leer je in de kroeg', NRC Opinie, 10 januari 2026 (reeks Samenleven: hoe moet dat ook alweer?); Ray Oldenburg, The Great Good Place (Paragon House, 1989)