Ouders verbaasd over afstand tot volwassen kinderen
Ze geven alles voor hun kinderen. Waarom voelen die kinderen zich niet gezien?
Ouders verbaasd over afstand tot volwassen kinderen
Het raadsel is nooit wat je geeft. Het is wat je ziet.
Ik spreek vaak met ouders die verbaasd zijn. Ze hebben alles gedaan. Ze hebben geld gegeven. Ze hebben hulp geboden. Ze hebben interesse getoond. Waarom zeggen hun volwassen kinderen haast niets? Waarom bellen ze niet? Waarom voelt het afstandelijk?
De meesten ouders denken: het is omdat ik niet genoeg heb gegeven, of ik ben te kritisch geweest, of ik heb niet goed genoeg geluisterd.
Soms waar. Maar vaker niet. Vaker is het dit: je kind voelde zich niet gezien.
Zien en geven zijn radicaal anders. Geven is: ik doe iets voor je. Dit kan liefde zijn, maar het hoeft niet. Een werkgever geeft je ook salaris. Je kunt geven zonder iemand te zien.
Zien is: ik ben hier, ik kijk naar je, ik herken wat jij werkelijk bent. Dit is kostbaar omdat het onmogelijk is naast elkaar te bestaan zonder elkaar op te merken.
Veel ouders geven maar zien niet. Ze geven geld, hulp of aandacht, maar ze zien hun kind niet. Ze zien hun beeld van wat hun kind zou moeten zijn. Ze zien hun voorkeur voor hoe hun kind zou moeten reageren. Ze zien hun eigen angsten gespiegeld in hun kind.
Wat ze niet zien is wie hun kind werkelijk is.
Een kind dat zegt "ik vind niet leuk wat jij denkt dat ik ervan vind" en waarop de ouder antwoordt niet met "dat is interessant, vertel me meer" maar met "je snapt het niet goed genoeg," dat kind voelt: ik ben niet gezien. Ik ben niet werkelijk.
Een ouder die een cadeau geeft terwijl het kind iets helemaal anders wilde hebben, en dat afkeurend opmerkt, die ouder geeft. Maar ziet niet.
Een ouder die altijd advies geeft, ongevraagd, dat kan liefde zijn. Maar het zegt ook: ik ben nog niet klaar om naar je te luisteren zonder eraan iets toe te voegen. Ik moet je helpen. Ik zeg niet: wie ben jij en wat wil jij?
Dit is lastig omdat geven voelt als liefde. Ouders voelen zich vaak goed van zichzelf als ze geven. Het bewijst dat ze zorgen. Maar zien voelt riskant. Zien betekent: ik realiseer me dat dit kind niet mij is, dat dit kind andere keuzes wil dan ik zou willen. Dat accepteren voelt als loslaten.
Waarom zeggen volwassen kinderen dan niets? Omdat zij voelen dat hun verhaal niet welkom is. Dat als zij zeggen wie zij echt zijn, hun ouder het corrigeert. Dus houden zij hun mond. Ze geven oppervlakkig contact. Ze bellen niet te veel. Ze houden afstand.
Dit is niet ondankbaarheid. Dit is bescherming. Het is zeggen: als ik dicht bij je kom, ben ik bang dat je me voor iemand anders houdt. Dus ik kom niet dicht bij je.
De vraag voor ouders is niet: wat kan ik nog geven. De vraag is: kan ik mijn kind zien en erkennen zonder wie hij is te veranderen?
Bronnen: John Gottman, Why Marriages Succeed or Fail (Simon & Schuster, 1994); Susan David, Emotional Agility: Get Unstuck, Embrace Change, and Thrive in Work and Life (Celadon Books, 2016).
Bron: John Gottman, Why Marriages Succeed or Fail; Susan David, Emotional Agility