Kunst die irriteert
De vraag waar groot kunstwerk tegenaan loopt is niet of het mooi is. De vraag is of het je uit je evenwicht brengt.
Kunst die irriteert
Ongemak als maatstaf.
Er bestaat een soort consensus dat groot kunstwerk je moet raken, je moet bewegen, je voelen moet laten groeien. Dat klinkt aangenaam. Maar ik geloof dat dit het omgekeerde is. Groot kunstwerk irriteert je.
Susan Sontag stelde vast dat we kunst altijd proberen te interpreteren, alsof we ons ervan moeten bevrijden door er betekenis aan toe te kennen. De kracht van echt kunstwerk ligt juist in wat het weigert uit te leggen. Het staat daar en maakt je onrustig. Je weet niet waarom. Je voelt je oncomfortabel, onzeker, uit je plaats.
Dit verschilt fundamenteel van ambachtelijke schoonheid. Een mooi schilderij van een landschap kan aangenaam zijn. Het kan troost bieden. Maar het zal je niet irriteren, omdat je het al snel hebt begrepen. Je herkent het patroon, je accepteert de logica van de compositie, en je rust in dat begrip.
Kunstwerk dat werkelijk werkt keert zich daarentegen tegen deze rust. Een portret van Francis Bacon irriteert omdat het vertrouwd is en tegelijktijdig vervormd. Je herkent een mens, maar je herkent ook dat die mens is verminkt. Lucian Freud schilderde naast een naakt model, zonder idealisering, zonder verzachting, en elke gêne van het lichaam wordt zichtbaar. Dat voelt onaangenaam. Dat is ook de opzet.
Er is een onderscheid tussen irritatie en verwarring. Verwarring ontstaat wanneer je iets niet begrijpt. Irritatie ontstaat wanneer je begrijpt dat het je inzicht tegenspreekt. Een werk van James Turrell, waarin licht zich gedraagt op manieren die je verwachtingen van ruimte verstoren, irriteert je rationele verstand. Dat is waarom het werkt.
De kunst die geld opbrengt, die populair is, die in woonkamers hangt, is meestal kunst die troost biedt. Het is decoratie die een mening uitdrukt die je al had. Echte kunst daarentegen verstoort. Het vraagt iets van je. Het eist dat je je standpunt herziet.
Wat mij aan Turrell trof, was dat ik een uur in zijn ruimte stond en voelde dat mijn waarneming veranderde. Dat was niet aangenaam. Dat was ongemakkelijk. En dat was precies waarom het kunst was.
Bronnen: Susan Sontag, Against Interpretation (1966); James Elkins, What Painting Is (2000); Tate Modern tentoonstellingen Francis Bacon en Lucian Freud
Bron: Susan Sontag, Against Interpretation (1966); James Elkins, What Painting Is (2000)