Asielcijfers: wat ze zeggen en wat we ermee liegen
Nederland spreekt over asielzoekers als getal. Dat getal zegt alles over onze angst en niets over werkelijkheid. Hoe we statistieken gebruiken om niet na te denken.
Asielcijfers: wat ze zeggen en wat we ermee liegen
Getallen zijn ontkenning op herhaling.
Het Nederlandse debat over asielzoekers is getal geworden. "Te veel" asielzoekers. "Onhoudbare" aantallen. "We kunnen niet meer." Het getal verandert. Nu 60.000 per jaar, dan 100.000. De politiek reageert op het getal, niet op werkelijkheid.
Maar getallen zeggen niet wat ze schijnen te zeggen. Wees precies.
Nederland telt ongeveer 17 miljoen inwoners. Jaarlijks arriveren 60.000 tot 100.000 asielzoekers. Dat is tussen 0,35 en 0,6 procent van de bevolking per jaar. Ter vergelijking: buitenlandse studenten ongeveer 200.000 jaarlijks. Migranten uit de EU voor werk ongeveer 300.000 per jaar.
Het asielcijfer is statistisch niet eens het grootste migratiegetal. Het voelt alleen groter, omdat het opgeladen is.
Turkije: ongeveer 85 miljoen inwoners. Ongeveer 3,5 miljoen Syrische vluchtelingen. Dat is vier procent van de bevolking. Libanon: ongeveer 6 miljoen inwoners. Ongeveer 2 miljoen Syrische vluchtelingen. Een derde van het land. Palestijnse vluchtelingen ongeveer 450.000.
Turkije en Libanon houden dus wat Nederland zou betekenen: 50 miljoen asielzoekers.
Waarom dit vertellen? Omdat ons getal ons niets leert. De vraag is niet: kunnen we dit aan? De vraag is: willen we dit? En dat is volledig een politieke keus.
Asielzoekers kosten geld. Klopt. Ongeveer twee miljard per jaar voor Nederland. Van een begroting van 85 miljard is dat 2,3 procent. Aanzienlijk, niet catastrofaal. Ter vergelijking: staatssubsidies aan bedrijven ongeveer zes miljard jaarlijks.
Het geld is er. Dit is geen schaarstekvraag. Dit is een voorkeurvraag.
Wat weegt zwaarder? Daar zou het debat heen moeten. Asielzoekers kosten geld en inspanning. Ja. Zij brengen ook arbeidspotentieel, consumptie, belastinginbracht. Netto effect: waarschijnlijk negatief korte termijn (twee jaar), waarschijnlijk positief lange termijn (tien jaar). Maar we zien alleen korte termijn.
Het ergste: we gebruiken getallen om niet te denken. "Te veel asielzoekers" betekent niets. Het zegt alleen: ik voel ongemak. In plaats van dat gevoel in echt beleid om te zetten ("we willen dit aantal, dus dit zijn onze criteria"), gebruiken we getallen om aan te voelen dat het probleem bestaat.
Dit gebeurt wanneer partijen geen koers hebben. Je zegt niet wat je denkt. Je zegt een getal en hoopt dat anderen het voelen.
Dit patroon zag ik in mijn jaren bij overheidsinstellingen. Budgetproblemen? "Te veel medewerkers." Druk op diensten? "Te veel regelgeving." In plaats van: goed, wat willen we, wat kost het, kunnen we betalen, zeg je: te veel.
Nederland heeft een asielbeleid nodig, geen asielcijfers. Dat beleid zou moeten zeggen: "We ontvangen asielzoekers tot dit niveau, omdat we geloven dat we ze kunnen integreren en ze op lange termijn waarde brengen." Of: "We nemen minder, omdat we prioriteit geven aan integratie van wie er al is." Beide zijn verdedigbaar.
Wat niet verdedigbaar is: zeggen dat het getal te hoog is zonder ooit uit te leggen wat het juiste getal zou zijn. Dan zijn we niet bezig met beleid. We zijn bezig met onrust.
Bronnen:
- Centraal Bureau voor de Statistiek. Migratie in Nederland 2023. Den Haag: CBS, 2023.
- UNHCR. Global Trends Report 2023: Forced Displacement. Geneva: UNHCR, 2023.
- Immigratie- en Naturalisatiedienst. Jaarrapport Asielinstroom 2023. Amsterdam: IND, 2023.
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, Migratie in Nederland 2023; UNHCR Global Trends Report 2023; IND Jaarrapport 2023