Preventie is goedkoper dan behandeling
Over mijn vader, aanvullende geneeskunde en het verdienmodel van de gezondheidsindustrie.
Mijn vader was natuurgeneeskundige. Ruim zestig boeken geschreven over voeding, kruiden en gezondheid. Een praktijk in Amerongen. Een radiocolumn bij RTV Utrecht die zo geliefd was dat luisteraars een handtekeningenactie organiseerden toen het tijdstip dreigde te verschuiven.
Zijn kernovertuiging was simpel: preventie is goedkoper, menselijker en effectiever dan behandeling. Dat klinkt als een open deur. Maar het botst frontaal met het verdienmodel van de gezondheidsindustrie — die verdient aan ziekte, niet aan gezondheid.
Hij noemde het bewust aanvullende geneeskunde. Niet alternatief — dat impliceert "in plaats van." Maar aanvullend — "naast." Een erkenning dat het reguliere systeem werkt, maar niet het hele verhaal is.
In een tijd van Ozempic als leefstijlmedicijn en ultrabewerkt voedsel als norm, is die positie relevanter dan ooit. We medicaliseren gedrag dat we zouden kunnen voorkomen. Niet door pillen, maar door kennis. Door te weten wat je eet. Door te begrijpen waarom je lichaam reageert zoals het reageert.
De supplementenindustrie is daarbij geen bondgenoot. Die verkoopt abonnementen, geen kennis. Een potje vitamine D lost niets op als je niet weet waarom je een tekort hebt. Kennis wel.
Wat mijn vader deed met zijn Ankertjes van anderhalve euro per stuk — de kennis uit de spreekkamer halen en op straat leggen — is precies wat Nourishment probeert. Niet verkopen, maar toerusten. Zodat je zonder ons verder kunt.
Dat is het verschil tussen een klant en een mens.