Gymnasium versus MAVO: Het gesprek dat ouders niet willen voeren
Het schooltype bepaalt niet wat je kind wordt. Maar de keuze zegt veel over wat je hoopt dat het wordt.
Gymnasium versus MAVO: Het gesprek dat ouders niet willen voeren
We kiezen het schooltype voor onszelf, niet voor ons kind.
Ik herken dit bij mezelf. Een kind dat kan doorstromen naar gymnasium, en de vraag die niet hardop gesteld wordt maar wel voelbaar is: gaan we voor het veilige pad of het moeilijkere? Het antwoord hangt van veel dingen af, en bijna geen daarvan met het kind zelf.
We zeggen dat we het schooltype voor het kind kiezen. Op basis van intelligentie, werkhouding, interesse. Dat is waar. Maar de waarheid is ook dit: we kiezen het schooltype op basis van wie we denken dat we zijn, en wie we denken dat ons kind zou moeten worden.
Een ouder met gymnasium ziet gymnasium als standaard. Logisch, natuurlijk, gewoon de normaal weg. Het andere voelt als afwijking, als minder, als spijt. Niet omdat MAVO minder is. Maar omdat het voorbij aan iets voelt. Een kans die niet wordt gegrepen.
Een ouder van arbeidersklasse-achtergrond kan gymnasium echter zien als onnatuurlijk. Boven zijn station. Te veel pretentie. MAVO voelt veiliger, eerlijker, realistischer. Niet omdat MAVO lager is. Maar omdat gymnasium voelt als jezelf overschatten.
Beide ouders doen wat ze doen uit bescherming. Voorkomen dat je kind teleurgesteld wordt. Voorkomen dat je kind zich vreemd voelt. Voorkomen dat je kind zich boven zijn stand beweegt. Voorkomen dat je kind beneden zijn stand valt.
Wat niemand hardop zegt is dit: het schooltype bepaalt niet wat je kind wordt. Een kind op gymnasium kan volledig afglijden door depressie of drugsgebruik. Een kind op MAVO kan een ondernemer worden die beter slaagt dan alle gymnasium-kinderen bij elkaar. De school is een plek, geen lot.
Wat het schooltype wél doet is dit: het bepaalt wie je kind de komende vier jaar ziet in de pauze. Welke taal daar wordt gesproken. Welke ambitie daar normaal is. Welke stilte daar mag vallen zonder vragen.
Gymnasium is niet beter. MAVO is niet eerlijker. Beide zijn contexten. Het kind is in beide contexten dezelfde persoon. De vraag is welke context beter aansluit bij wie dat kind is, en eerlijk gezegd: bij wie jij bent.
Ik ken ouders die hun kind op gymnasium duwden omdat ze zelf niet konden gaan. Ze haalden hun gevoel van tekortkoming op hun kind af. Ik ken ouders die hun kind op MAVO hielden omdat ze bang waren dat gymnasium het zou opblazen met eigenwaarde. Ze voorkwamen zijn groei.
Het lastige gesprek is dus niet gymnasium-of-MAVO. Het is: wat vrees ik? En betaalt mijn kind daar voor?
Bronnen: Onderzoek naar sociaal-economische status en schoolsucces; observatie van transitietrajecten in Nederlands onderwijs; psychologie van ouderlijke projectie.
Bron: Observatie van onderwijsloopbanen in Nederland; onderzoek naar schooltransities