Bevrijdingsdag en de luxe van ongemak
Over vrijheid, polarisatie en de moed om van mening te mogen verschillen.
Op een uitvaart die ik bijwoonde werd een gedicht van Toon Tellegen voorgelezen. Ik kende het niet. Het ging over afwezigheid — over het gat dat iemand achterlaat en hoe dat gat langzaam van vorm verandert maar nooit verdwijnt.
Ik denk daar aan op Bevrijdingsdag. Niet vanwege de oorlog — die ken ik alleen uit verhalen. Maar vanwege wat vrijheid eigenlijk betekent: het recht om het oneens te zijn. Niet het recht om gelijk te hebben, maar het recht om het oneens te zijn zonder dat dat je positie als mens aantast.
Chimamanda Ngozi Adichie waarschuwt voor "the danger of a single story." Rowan Atkinson — Mr. Bean, van alle mensen — gaf een indrukwekkende speech over het recht om te beledigen. Douglas Murray schrijft over een Europa dat zijn eigen waarden vergeet.
Ze zijn het niet met elkaar eens. Dat is precies het punt.
Vrijheid is niet het recht op comfort. Het is de luxe van ongemak — de mogelijkheid om geconfronteerd te worden met ideeën die je niet bevallen, en daar niet aan kapot te gaan.
In een tijd van safespaces en deplatforming, van cancelcultuur en algoritmische bubbels, is dat geen vanzelfsprekendheid meer. Het debat over het debat — ik schreef erover in 2006 — is urgenter dan ooit. Niet omdat er meer meningen zijn, maar omdat de ruimte om ze te uiten krimpt.
Bevrijdingsdag is niet de dag dat we vieren dat we het eens zijn. Het is de dag dat we vieren dat we het oneens mogen zijn. Dat onderscheid is alles.