Adaptive reuse
Waarom de beste gebouwen al bestaan.
Adaptive reuse
Waarom de beste gebouwen al bestaan.
Stewart Brand stelt in How Buildings Learn dat gebouwen zes lagen hebben die elk in een ander tempo veranderen: de locatie (nooit), de structuur (dertig tot driehonderd jaar), de huid (twintig jaar), de installaties (zeven tot vijftien jaar), de indeling (drie jaar), en de inrichting (dagelijks). Goed ontwerp houdt rekening met deze verschillende snelheden. Slecht ontwerp behandelt een gebouw als een onveranderlijk object.
De consequentie is dat de beste gebouwen niet de nieuwste zijn maar de meest aanpasbare. Een negentiende-eeuws pakhuis in Amsterdam dat nu kantoor is, daarvoor kroeg was, daarvoor opslagruimte, en daarvoor misschien woonhuis, heeft bewezen dat het meerdere levens kan dragen. Elk nieuw leven heeft het gebouw veranderd zonder het te vernietigen. De structuur bleef, de invulling verschoof.
Rem Koolhaas maakt in Preservation Is Overtaking Us het tegenargument: niet alles verdient behoud. De obsessie met erfgoed kan een stad verlammen, elke ontwikkeling blokkeren, elke verandering onmogelijk maken. Koolhaas heeft gelijk dat blind conservatisme geen antwoord is. Maar adaptive reuse is geen conservatisme. Het is het herkennen dat bestaande structuren vaak meer mogelijkheden bieden dan nieuwbouw, tegen lagere kosten, met minder milieu-impact, en met een karakter dat niet geproduceerd kan worden.
De Tate Modern in Londen, een voormalige elektriciteitscentrale. De Westergasfabriek in Amsterdam, een voormalig gasfabriekcomplex. De Fondazione Prada in Milaan, een voormalige distilleerderij. Elk van deze projecten slaagde niet ondanks het bestaande gebouw maar dankzij het. De schaal, de textuur, de onregelmatigheden, de geschiedenis die in de muren zit, dat alles geeft een kwaliteit die geen architect vanuit het niets kan creëren.
Voor de manier waarop we bouwen en verbouwen heeft dit een directe implicatie: kijk eerst naar wat er al staat. Niet met de blik van de sloophamer maar met de blik van de mogelijkheid. De vraag is niet wat je moet afbreken. De vraag is wat het gebouw nog meer kan worden.
Bronnen: Stewart Brand, How Buildings Learn: What Happens After They're Built (Penguin, 1994); Rem Koolhaas, Preservation Is Overtaking Us (GSAPP Books, 2014).
Bron: Stewart Brand, How Buildings Learn (Penguin, 1994); Rem Koolhaas, Preservation Is Overtaking Us (GSAPP Books, 2014)